Dorpskerk

Dorpskerk

Dorpskerk
Hoofdstraat 217

Oorspronkelijke functie: kerk
Bouwstijl: toren Romaans 
Architect: niet bekend
Bouwjaar (oudste datum): 12e eeuw, 1574 verwoest 1594 herbouwd.

Vermoedelijk stond er oorspronkelijk op de plek van de Dorpskerk eerst een houten kapelletje op een zandduin gewijd aan Pancratius. In de 12e eeuw werd dat kapelletje vervangen door een kleine een-beukige Romaanse zaalkerk van tufsteen. Tufsteen is afkomstig uit de Eiffel in Duitsland en werd over de Rijn per boot aangevoerd. Het is vrij licht van gewicht en zacht van structuur en is daarom gemakkelijk te bewerken.

Aangezien Sassenheim en Leiden in de 12e eeuw onder het gezag van de Utrechtse bisschop vielen, is de kans groot dat daar de opdracht tot de bouw van deze kerk vandaan kwam. Ook het Utrechtse Sint Pancras Patrocinium verwijst naar de St. Pancratiuskerk. De uiterlijke verschijningsvorm van de Sassenheimse kerk met de tot de grond doorlopende spaarnissen wijst ook naar een opdrachtgever uit Utrecht; in die provincie komen meer kerken voor met doorlopende spaarnissen. Van de vijf oorspronkelijke bogen die de noord- en zuidwand vormden, zijn er vier overgebleven. Bij de laatste restauratie in 1971/1973 zijn onder de klimop en de voorgemetselde steenlagen restanten teruggevonden van lisenen die zich tussen de spaarbogen bevonden en een paar halfcolonetten met kapitelen die de rondbogen dragen. Dat gaf voldoende informatie om met die gegevens een nieuwe wand te kunnen construeren. In het westelijke muurgedeelte is aan beide zijden van de toren een rondboogfries te zien, die onderbroken is toen de toren er tegenaan werd gebouwd. Op basis van het baksteenformaat 27/31 x 14 x 7 cm, de afmeting van de zogenaamde kloostermop, kon de torenbouw in de 13e eeuw worden gedateerd. De kerk werd bij het beleg van Leiden in 1574 grotendeels verwoest. Bij de restauratie in 1504 werden de muren van de kerk verhoogd en de Romaanse vensters werden vervangen door grote spitsboogramen. Bij de laatste restauratie werden die weer vervangen door kleine Romaanse venstertjes. Daarvan had men nog een oorspronkelijk voorbeeld gevonden. Binnen in de kerk is de dakmoet (10,85 m vanaf de kerkvloer) van het Romaanse dak nog te zien. Daarboven zit de moet van de gotische daklijst (13,25 m). Op de rozetten in het tongewelf staat het jaartal van het hersteljaar 1594. Tevens werden er toen vier nieuwe kapspanten geplaatst. Op oude tekeningen is een portaal van tufsteen en baksteen te herkennen, waarvan de lengte 4,50 m was. Daarin lag de toegangsdeur tot de kerk. Deze oorspronkelijke aanbouw dateerde van de 12e eeuw.

Wat vroeger dus een binnenmuur was, is nu buitenmuur geworden, zoals te zien is aan het nog aanwezige wijwaterbakje. Bij de restauratie werd ook in de eerste travee van links een zgn. leprozenraampje gevonden. Dat is nu weer hersteld. De tufstenen voor de laatste restauratie kwamen weer uit het Eiffelgebergte. Daar zijn nog steeds tufsteengroeven die stenen leveren voor restauratiedoeleinden.

Op de detailtekening van Jan Pietersz. Dou van 1635 is al een koor te zien. Omstreeks 1700 is het oude koor vernieuwd. Op de tekening van H. de Leth van 1730 is te zien dat er een gotische tracering in de vensters zat. Ondanks het feit dat de tekeningen niet allemaal betrouwbaar zijn, geven ze toch een goede indruk van de staat van de kerk. De tekst van Verhees bij deze twee afbeeldingen verhaalt van de vernieling van de kerk in 1574. Bij het herstel in 1594 werd de kerk flink verhoogd. De grote glaslichten werden ingebroken in de trasmuur. Het houten tongewelf van de kerk was in zeer slechte staat. De plattegrond laat twee transeptarmen zien.

Meer informatie