Hubertus Balthazar (Bart) Zoet
Geboren: Sassenheim 20-10-1942
Zoon van: Hubertus Johannes Zoet en Geertruida Wilhelmina Berbée
Gehuwd: Sassenheim 07-11-1966 met Marian A. van der Vlugt
Overleden: Haarlem op 13-05-1992, begraven te Sassenheim 16-05-1992
Beroep: profwielrenner
Biografie
Na het doorlopen van zijn school ging hij aan het werk in de groothandel van bloembollen van zijn vader. Bart raakte in de ban van de wielersport door de Tour de France. Zoals in elk dorp werd in Sassenheim een straatronde gehouden op gewone fietsen. Bart won de ronde en zo begon zijn wielercarrière. In 1957 meldde hij zich aan bij wielrenvereniging Swift te Leiden en was hij lid van wielervereniging ‘Sassenheim en Omstreken’. Aanvankelijk stonden zijn ouders er nogal sceptisch tegenover. Zij zagen hun zoon liever in het bedrijf opgroeien. Dat wilde hij zelf ook wel, maar hij wilde ook wielrenner worden. Hij werkte ‘s morgens van zes tot twaalf uur en trainde ’s middags voor de wielersport. Zijn hele familie stond altijd volledig achter hem. Zijn belangrijkste amateuroverwinning was in 1961 de Ronde van Chaam. Bart was een alleskunner in de wielersport, zowel veldrijden, op de baan, als op de weg. Zijn voorkeur lag wel op de weg.
Voor de Olympische Spelen van 1964 in Tokio selecteerde ploegleider Joop Middelink voor de ploegentijdrit het viertal Gerben Karstens, Bart Zoet, Jan Pieterse en Evert Dolman. Dit viertal was zeker geen favoriet. De Belgische ploeg met het fenomeen Eddy Merckx trok alle belangstelling en ook Italië had grote kansen. Er moesten in Japan drie ronden worden gereden op het Hachiojicircuit en de lengte van het parcours in Tokio bedroeg bijna 110 km in plaats van de voorgeschreven 100 km. Bovendien was het niet een geheel vlak terrein, dat ook nog eens in de stromende regen moest worden afgelegd. Na de tweede ronde kregen ze door dat ze er goed voor stonden en dat gaf de ploeg vleugels. Het winnende viertal van Tokio had op brons gehoopt en was danig overrompeld door het goud; toen ze het goede nieuws hoorden, stonden ze al onder de douche! Het was 14 oktober 1964, de winnende tijd was: 2:26:31.19 en bracht Nederland het eerste olympische goud sinds 1948 met Fanny Blankers-Koen.
Vader Zoet kon niet begrijpen dat zijn zoon zo’n geweldige prestatie had neergezet. Voorzitter Grotenhuis van de supportersvereniging ‘Bart Zoet’ beloofde een heldenontvangst bij terugkeer in Sassenheim. Samen met zijn maatje, de Leidenaar Gerben Karstens, werden zij opgehaald bij de ouderlijke woning van Bart aan de Rusthofflaan 10. Per open auto, die werd bestuurd door hun nieuwe ploegleider van de Televizier-ploeg Kees Pellenaars, werden zij naar het gemeentehuis vervoerd. Daar speelde ‘Crescendo’ het Wilhelmus en werden zij ontvangen door de burgemeester. Namens de burgerij gaf de heer G. Wijntjes Bart een gouden horloge met inscriptie: ‘Olympische Spelen 1964. Sassenheim is trots op U’, plus een set gouden manchetknopen. Daarna volgde een receptie in De Oude Post.
Na het olympisch succes is het Zoet in het profmilieu bij de Televizier-ploeg nooit meer echt voor de wind gegaan. Zoet was te gevoelig voor de keiharde wereld van het beroepswielrennen. De sfeer was voor de emotionele Zoet te hard en kil. Toch bleef hij als prof kleinere koersen winnen. Na drie redelijk succesvolle Televizier jaren ging zijn carrière opmerkelijk snel achteruit. Hij raakte een paar keer betrokken bij dopingkwesties. Zoet heeft in zijn vijfjarige profcarrière ruim twintig wedstrijden gewonnen. Zijn beste uitslagen zijn geweest: een vijfde en een elfde plaats in de Amstel Gold Race en een achtste plaats in Parijs-Tours.
Daarna werd het snel minder en in 1970 was het wielrennen voorbij. Hij was toen 27 jaar. Met zijn vrouw Marjan begon hij een bar in Bergen op Zoom, waarmee hij al snel meer verdiende dan hij als wielrenner had gedaan. Maar zoals vaker in deze branche dronk hij lustig mee met de klanten aan de andere kant van de toog. Zijn huwelijk liep op de klippen en hij zonk langzaam verder weg in alcoholisme, verdriet, eenzaamheid en een erfelijke hartkwaal. Hij keerde terug naar Sassenheim waar hij bij zijn broer het bollenvak weer oppikte. De herinneringen aan zijn wielerloopbaan lieten hem echter nooit helemaal met rust en hij sprak graag over de dagen van weleer en haalde herinneringen op uit zijn plakboeken. In zijn vrije tijd reed hij op de fiets in zijn uppie nog afstanden alsof hij aan een etappekoers bezig was. Hij overleed ten gevolge van een derde hartaanval in het ziekenhuis te Haarlem op 13 mei 1992. Hij werd slechts 49 jaar en is begraven op het kerkhof van de St. Pancratius Kerk in Sassenheim. Op zijn kleine grafzerk werden de olympische ringen gebeiteld. De Volkskrant-journalist Gijs Zandbergen heeft in 2002 een boek geschreven over het leven van Bart Zoet.