1600–1950
Afzanding van de Bollenstreek
1600–1950 Afzanding van de Bollenstreek
Afzanding in de Bollenstreek was het grootschalig afgraven van binnenduinen, dat begon in de 17e tot halverwege de 20e eeuw, om het gewonnen zand te gebruiken voor stadsuitbreidingen en voor de aanleg van infrastructuur. Grote steden als Den Haag, Leiden, Haarlem en Amsterdam hadden zand nodig voor bouwgronden en wegen. Bekend is dat veel Sassenheims zand is gebruikt voor de aanleg van de spoorlijn tussen Rotterdam en Dordrecht. Het legde de basis voor de vruchtbare geestgronden voor de bloembollenteelt. Het zand, rijk aan schelpjes (kalk) en vermengd met veen en mest, werd gebruikt om de grond geschikt te maken voor bloembollen. Geestgrond was goed waterdoorlaatbaar en bleek zeer geschikt voor met name de hyacintenteelt.
Het landschap veranderde drastisch, waarbij schilderachtige duinbossen plaatsmaakten voor vlakke, lage bollenvelden. Er ontstond een uniek, kleinschalig cultuurlandschap met hagen en verkaveling, kenmerkend voor de Bollenstreek en Sassenheim.