1628–1928 Buitenplaatsen
Door de goede bereikbaarheid en het aantrekkelijke landschap ontstonden begin 17e eeuw buitenplaatsen in Sassenheim als zomerverblijf voor rijke stedelingen. Veelal werden oorspronkelijke boerderijen omgebouwd tot buitenhuis (zomerresidentie), met behoud van de boerderijfunctie. De opeenvolgende eigenaren van de buitenplaatsen kochten en verkochten naar hartenlust omliggende gronden en boerderijen. De tuinen werden aangepast aan de heersende mode: van de Franse (barok) stijl tot de Engelse landschapsstijl. Het hebben van een buiten was dan ook een kostbare aangelegenheid, veelal gefinancierd vanuit (overzeese) handelsactiviteiten. In de loop van de 19e eeuw volgde een meer permanente bewoning en vanaf halverwege de 19e eeuw verdwijnen de buitenplaatsen langzaam, onder druk van economische en maatschappelijke veranderingen. In de bloeiperiode van de buitenplaatsen telde Sassenheim er wel vijf, waarvan we de invloed en namen vandaag de dag nog tegenkomen: Huis ter Leede, Rusthoff, Het Oude Koningshuys, Wiltrijk en Huis Ter Wegen.
Buitenplaats Huys ter Nieuburgh (het Oude Koningshuys) 1628–1852
Deze buitenplaats werd rond 1628 aangelegd, aanvankelijk met de naam Huys ter Nieuburgh, later ook wel Sassigt of het Princessen Huys genoemd. In 1677 koopt Juliana Catherina prinses van Portugal het huis voor haar nichten Elisabeth Maria en Emilia Louisa, geboren prinsessen van Portugal. In 1680 komt Juliana te overlijden en vervallen haar bezitting aan stadhouder-koning Willem III, die het huis twintig jaar in bezit heeft. Hij heeft er zelf nooit gewoond, maar daardoor wordt wel vanaf circa 1830 de naam Het Oude Koningshuys gebruikt. Bij de buitenplaats hoorden landerijen die tot de Kaag liepen, en er waren vijvers en een theekoepel. In 1838 besloeg het totaal circa 58 hectare, waaronder de boerenhofstede Bij Dorp. Het heeft niet veel gescheeld of het rechthoekige huis met vleugels aan weerskanten was gesloopt. In 1852 stond het huis leeg; het was al verkocht aan een sloopbedrijf, maar Leendert Kruijff wist het net op tijd te redden. Deze bloembollenkweker gebruikte de tuinen voor bloembollenteelt en verhuurde het huis als kostschool.
Begin 20e eeuw werd het huis bewoond door baron De Smeth, de burgemeester van Sassenheim. Daarna volgden nog enkele eigenaars. Zij verkochten grond voor de bouw van woonwijken en het nieuwe gemeentehuis van Sassenheim. Na de Tweede Wereldoorlog werd het Oude Koningshuys een hotel en partycentrum. Makelaar Bas Romeyn kocht het verwaarloosde monument in 2000 en liet de buitenplaats grondig restaureren. De marmeren vloeren en gepleisterde plafonds zijn in oude glorie hersteld. Het is een rijksmonument.
Meer lezen: ‘De geschiedenis van Het Oude Koningshuys te Sassenheim’, Rob J. Pex, 2019, Uitg. Stichting Oud Sassenheim.
Buitenplaats Huis Ter Wegen (Clinkenberg) 1631–1866
In 1631 verkoopt Pieter Jacobszn Clinckenbergh (1548–1633) aan de in Leiden woonachtige Johan van Lanschot zijn zeer wel gelegen woning als huis, bargen, schuren en boomgaard omtrent de Heerweg tussen Leiden en Haarlem voor fl. 20.000. Deze Johan van Lanschot (1579–1651), regent van het Catharina- en Ceciliagasthuis en weesmeester, blijft in Leiden wonen en gebruikt Clinkenberg als buitenplaats. Het ‘buiten’ gaat na zijn overlijden over op zoon Wouter van Lanschot (1632–1717), burgemeester van Leiden. Na het overlijden van Wouter worden de bezittingen verdeeld en grotendeels verkocht door zijn erfgenamen. Nu had Wouter 17 kinderen en flink wat bezittingen, dat zal het tot een behoorlijke puzzel gemaakt hebben.
De boerenhofstede Klinkenberg wordt door de erven in 1718 met dan 5 morgen land voor fl. 2050 verkocht aan de bekende kunstschilder Carel de Moor. De prijs doet vermoeden dat het buiten er niet goed onderhouden bijlag. In 1723 verkoopt Carel de Moor het alweer aan Leidenaar Frans Velters voor fl. 4000.
In 1737 komt het buiten voor fl. 3500 in handen van Herman Berewout (1693–1751), koopman uit Amsterdam, die het vervolgens de naam Beeresteyn geeft net als een plantage in de Berbice. Herman Berewout koopt nog diverse landstukken en een woning aan. Jacob van Starkenburg de Jonge maakt in 1745 zelfs een lantzang van 700 versregels op de lustplaets Berestein, den weledelen Heere Mr. Herman Berewout toegezongen.
Jan Nicolaas van Eys (1691–1758), koopman regent uit Amsterdam, koopt in 1752 van de erven het gehele bezit over voor fl. 13.500. De hofstede bevat dan een herenhuis, stalling, koetshuis, tuinmanswoning en speelhuizen met boomgaarden, en voorts over de Heerweg een sterrenbos. De naam van het buiten geeft hij de naam Huis Ter Weegen. In korte tijd koopt hij veel land en woningen aan. Zo koopt hij in 1754 de naastgelegen vervallen woning, vanouds genoemd Calis. Nadien zal nieuwbouw hebben plaatsgevonden, want bij verkoop in 1789 door zijn erfgenamen wordt de woning Schoonewegen genoemd. Ook in 1754 koopt hij Wiltrijk met 20 morgen land voor fl. 7700 van Arie Hartevelt. Vervolgens wordt in 1755 een ‘huismanswoning’ aan de Warmonderdam gekocht met 4 morgen land. Bij de verkoop van Ter Weegen in 1759 is deze voorzien van een vinkehuis. Deze ‘huismanswoning’ komen we later tegen als boerderij Jagtlust. Zo lijkt het alsof we aan de beperkte periode van Jan van Eys de historische namen Ter Wegen, Schoonewegen en Jagtlust te danken hebben.
De erven van Jan Nicolaas van Eys verkopen zijn bezit in Sassenheim in delen. Eerst in 1759 Huis Ter Wegen met 11 morgen land voor fl. 12.000 aan Paulus Pieman en Wijnand Meurs. Wisselingen van eigenaar en grondpositie blijft volgen. In 1840 komt Ter Wegen in bezit van de Amsterdamse koopman Christoph Rente Linsen (1782–1855) en zijn vrouw Anna Gelina Voombergh (1795–1866), de laatste eigenaar-bewoners van buitenplaats Ter Wegen. Het geheel bestaat in 1855 uit de Heeren-Hofstede met een door Zocher aangelegde tuin en de boerenhofsteden Schoonewegen, Wildrijk, Nieuw-Alkemade, Jachtlust en Postwijk, plus drie arbeidershoeven, alles op één aaneengesloten gebied, met een uitgestrektheid van ruim 163 hectaren (245 voetbalvelden). De erfgenamen verkopen Huis Ter Wegen in 1881, waarna sloop volgt. Het terrein werd afgegraven en tot bollengrond verkaveld. De verkoop van de boerderijen volgt pas in 1914.
Bron en verder lezen: Aschpotter 17 (2005)
Buitenplaats Huis ter Leede 1660–1928
In het noordoosten van Sassenheim ligt Huis Ter Leede. Het buiten werd rond 1660 gesticht door de Amsterdammer Nicolaas Dragon. Hij liet een voornaam herenhuis bouwen, dat vanaf de straatweg te bereiken was via een lange oprijlaan en over het water via de Ringsloot van de Poelpolder. Het huis ligt in een lommerrijk park dat is aangelegd in late landschapsstijl. Vlak naast het hoofdhuis staat de oude boerderij, die na een brand een nieuwe voorgevel kreeg, in stijl met het herenhuis. Op het terrein zijn ook een orangerie en een restant van de moestuinmuur te vinden.
In 1861 werd Huis ter Leede door brand verwoest. De fundamenten bleven intact en ook het oude muurwerk kon opnieuw worden gebruikt. Het huis werd herbouwd in eclectische stijl, een elegante stijl waarin allerlei architectuurstijlen samenkomen. Aan de gebouwen werd een monumentale, veelhoekige toren toegevoegd. Na 1928 werd Ter Leede niet meer permanent bewoond, maar werd het onder andere gebruikt als opleidingsinstituut van de Katholieke Gidsenbeweging in Nederland. In 1981 kwam Huis Ter Leede weer in particuliere handen. Het huis is gerestaureerd en weer een woonhuis geworden. Het is een rijksmonument. Rond 1800 beslaat het buiten ongeveer 85 hectare met twee boerderijen.
Het Huis ter Leede, A.M. Hulkenberg, 1988. Bibliotheek SOS no BO55.
Buitenplaats Wiltrijk 1685–1754
Begin 1685 koopt de Leidse regent (lid Vroedschap van Leiden) Gerard Isaac een boerderij met bouwhuis, stalling, schuur, twee bergen met werf en boomgaard alsmede 12 morgen 249 roe wei-, hooi- en teelland in Sassenheim. Gelegen naast het buiten van medelid van het vroedschap Wouter van Lanschot. In 1690 laat Gerard vóór de oude boerderij een nieuw huis bouwen. Hij geniet er niet lang van, want in 1694 overlijdt hij op 77-jarige leeftijd. Het ‘buiten’ gaat over op zijn nicht Cornelia Gerard, die getrouwd is met de Amsterdamse koopman regent Nicolaas Bambeek. Na het overlijden van Cornelia in 1715 verkoopt dochter Cornelia Bambeek in 1723 de hofstede met huis, stalling, koets- en wagenhuis, boerenwoning en speelhuis aan de weg tezamen met een groot aantal percelen.
De koper is Wigbold van der Does, die het geheel een paar maanden later alweer verkoopt aan Albert Fabritius, heer van Almkerk, Santwijk, Uppel en Doorn, die behoorde tot een regentenfamilie uit Haarlem. De koopsom bedraagt fl. 8237. Een jaar later overlijdt zijn vrouw Henrietta Christina de Witt op 49-jarige leeftijd. Albert overlijdt in 1736, 60 jaar oud, zijn erfgenamen verkopen in 1737 de dan 52 morgen land grote hofstede Wiltrijk aan Jan Elsevier voor fl. 10.000 en nog eens fl. 3000 voor de beelden en tuinsieraden. Jan (Johan Pietersz) Elsevier is heer van Bunschoten, Spakenburg en Dijkhuysen, onderkoopman van de VOC-schepen Batavia, Commandeur retourvloot 1735, Kanunnik van St. Marie te Utrecht en na terugkeer uit Batavia thesaurier en rentmeester-generaal van prins Willem V, woonachting op het Lange Voorhout in Den Haag. Jan geniet niet lang van Wiltrijk. Hij overlijdt op in 1739 op 34-jarige leeftijd en wordt begraven in de Dorpskerk. In 1741 verkoopt zijn weduwe de hofstede Wiltrijk voor fl. 10.500 aan Arie Hartevelt dan wonend in Voorschoten en zijn schoonzoon Arnoldus van Ruijven, getrouwd met Anna Hartevelt en wonende te Sassenheim. Arie (1696-1761) wordt in 1742 alleen eigenaar van Wiltrijk, dan grote boerenwoning genoemd: een boerewoning met zijn huizinge, stalling, schuur en hooibergen met 20 morgen 300 roe land. In 1754 komt het in bezit van de Amsterdamse koopman Jan Nicolaas van Eys, die twee jaar eerder buitenplaats Ter Wegen had gekocht, voor fl 7700. Het buiten Wiltrijk is dan onderdeel van Ter Wegen. In 1758 overlijdt Jan Nicolaas van Eys, zijn weduwe verkoop Ter Wegen, maar Wiltrijk blijft tot 1789 in bezit van de erfgenamen. Wiltrijk is verworden tot een pachtboerderij.
Buitenplaats Rusthoff 1791–1916
De vorming van buitenplaats Rusthoff begon in 1791 met de aankoop van een boerderij in de Kerklaan (later Rusthoff genoemd) en gronden met woningen aan de Hoofdstraat door Jean Adam Charbon. Deze in Zwitserland geboren koopman en fabrikant van textiel woonde in Amsterdam aan de Prinsengracht. Jean Adam overleed in augustus 1798 op ‘Hofstede Rusthoff’ en werd in de Dorpskerk begraven.
De familie Charbon heeft Rusthoff 125 jaar in bezit gehad. Rond 1840 koopt de familie Charbon de tegenover Huize Rusthoff gelegen boerderij van Hanegraaff (ook wel Binnen Dorp genoemd). De eeuwenoude boerderij met opstallen wordt gesloopt voor de aanleg van een overplaats met riant uitzicht op de duinen vanuit het huis. Vervolgens wordt ook de eeuwenoude boerderij Kaagzicht aangekocht. Die krijgt dan de naam Rusthoeve en blijft tot de sloop in 1918 in bedrijf. Het totale grondbezit besloeg uiteindelijk 27 hectare (40 voetbalvelden). Het strekte zich uit van de scheisloot met Voorhout tot aan de Kagerplassen.
Achter het huis aan de Hoofdstraat lag een door de beroemde tuinarchitect Zocher Jr. ontworpen tuin in Engelse landschapstijl met vijver en boomgroepen en een bos tot aan de Rusthofflaan. Tegenover het huis lag aan de overzijde van de Hoofdstraat een overplaats, waarvan de vijver langs de Charbonlaan een restant is.
Nadat in 1916 de achterkleinzoon van Jean Adam Charbon was overleden, kocht de gemeente Sassenheim buitenplaats Rusthoff voor fl. 140.000. Het huis werd in 1923 afgebroken en de tuin werd omgevormd tot openbaar park Rusthoff. In 1996 kreeg park Rusthoff de status van gemeentelijk monument.